Provinciale prijzen heemkunde en geschiedenis voor Hilaire Liebaut en Lies Vervaet

Maandag 11 december 2017 — De Provincie Oost-Vlaanderen schrijft jaarlijks enkele prijzen historisch onderzoek uit. In 2017 was dat, en wel voor de laatste keer, in de disciplines heemkunde en geschiedenis. De deputatie kende deze prijzen respectievelijk toe aan Hilaire Liebaut en aan Lies Vervaet, beiden – toevallig – uit Lokeren.

De studie van Hilaire Liebaut was gewijd aan de geschiedenis van de CVP-Lokeren 1945 – 1970. Hilaire Liebaut is al van in zijn studententijd geboeid door politieke geschiedenis. Hij verzorgde talrijke publicaties over dit onderwerp, toegespitst op het Land van Aalst en op het Waasland. In zijn recente boek weet hij methodisch en met passende afstand een hele generatie uit de naoorlogse politieke geschiedenis van Lokeren te behandelen. Daarbij heeft hij, vanuit een ruime bronnenstudie, zowel oog voor het lokale detail als voor de ruimere beleidsmatige context.

Lies Vervaet schreef haar doctoraat geschiedenis over Goederenbeheer in een veranderende samenleving. Het Sint-Janshospitaal van Brugge, ca. 1275 - ca. 1575. Het is een bijzonder goed gedocumenteerd onderzoek waarin de auteur nieuwe inzichten verschaft in het grondgebruik van één van de belangrijkste instellingen in het graafschap Vlaanderen. Daarbij schetst ze een intrigerend beeld van de evolutie die de landbouw doorgemaakt heeft tijdens de late middeleeuwen en de vroeg-moderne tijd. Bijzonder is daarbij ook de rol van vrouwen in de landbouw op het platteland. Die was, zeker in de 15de eeuw, veel groter dan tot nu aangenomen werd.

Gedeputeerde Dauwe:

“Het Oost-Vlaamse provinciebestuur heeft een decennialange traditie op het vlak van de prijzen historisch onderzoek met een plejade aan winnaars. Daarbij was het steeds de bedoeling een forum te bieden voor kwalitatief onderzoek dat nieuwe elementen bijdraagt rond aspecten van de geschiedenis van onze provincie en in uitbreiding het graafschap Vlaanderen. Op die wijze kunnen we het verleden beter begrijpen en daardoor ook onze eigen tijd.”

 

Ignace Van Driessche beleidsmedewerker Erfgoed
Jozef Dauwe gedeputeerde voor Cultuur en Erfgoed